Werkgever moet werk-privé balans werknemer ondersteunen

Nederlandse werkgevers raken steeds meer betrokken bij het privéleven van hun werknemers. Bijna tweederde van de werkgevers vindt dat het privéleven van de werknemer te bepalend is voor de arbeidsprestatie om zich er volledig buiten te houden. Bij een kwart van de werknemers is de combinatie werk en privé niet in balans en bij maar liefst ruim 43% wordt de combinatie wel eens teveel. Dat blijkt uit onderzoek van HR-dienstverlener 365 onder 601 werkgevers en 1609 werknemers.

Balans werk en privé
Hoe ouder de werknemer, hoe belangrijker het werk voor hem/haar is, maar ook hoe beter de balans tussen werk en privé is. Bij een kwart van de werknemers is de combinatie werk en privé niet in balans, bij 43 procent wordt de combinatie werk-privé wel eens te veel. Vrouwen zijn vaker dan mannen het (helemaal) ermee eens dat de combinatie werk – privé ze wel eens teveel wordt, dat geldt ook voor degenen in de leeftijd tussen 45 en 55 jaar oud. Een groot deel van de werknemers (66 procent) vindt een betere balans belangrijker, dan meer geld voor later. Werkgevers zijn in meerderheid van mening dat de privésfeer van de werknemers relevant is voor de werkgever is. Driekwart van de werkgevers denkt zelfs te kunnen bijdragen aan een goede balans tussen werk en privé van hun personeel.

Rosé van Velzen, directeur van 365/Zin: “We adviseren werkgevers om privé naar het werk toe te halen en de dialoog met iedere werknemer aan te gaan. Nog te vaak zijn zij angstig dat dit te bemoeizuchtig overkomt. Uiteraard moet dit per werknemer worden beoordeeld, maar over het algemeen wordt het juist gezien als goed werkgeverschap.”

Gespannen door privé of werk
Gespannenheid door het privéleven komt bij een kwart van de werknemers voor, gespannenheid door het werk bij een derde. Ouderen boven de 55 jaar geven meer dan jongeren aan dat zij zich helemaal niet gespannen voelen door hun werk.

Van Velzen: “In de praktijk gelden er voor werknemers drie belangrijke immateriële drijfveren in het werk, en die variëren per levensfase: de sociale context waarin men opereert (denk hierbij aan het plezier en de steun die je krijgt van collega’s en leidinggevende); de ontplooiingsmogelijkheden; en het autonoom, ofwel zelfstandig kunnen werken. Gespannenheid op het werk neemt af als je je werk vanuit deze energiebronnen inhoud kunt geven. Het combineren van werk en privé levert dan energie op. Wij spreken dan ook liever van work life engagement, de combinatie geeft energie én toewijding.”