We hebben geen realistische kijk op onze talenten en ambities

Waar anderen gewoon presteren op het niveau dat bij hun talenten past, hebben we bij onszelf het idee dat er eigenlijk meer in zit. Roos Vonk legt uit hoe dat komt.

‘Het leven is een reis waarin je groeit en je je ontwikkelt. Je hebt een startpunt en een bestemming waarop je de best mogelijke persoon bent die je kunt worden. Denk eens na over jezelf. Waar ben jij op deze reis? Hoe dicht ben je bij de best mogelijke persoon die je ooit zou kunnen worden?’

Dit was de vraag die werd gesteld aan deelnemers in een onderzoek. Probeer hem zelf eens te beantwoorden door een kruisje te zetten ergens op de lijn met cijfers in de afbeelding. Neem nu een collega in gedachten die ongeveer hetzelfde potentieel heeft als jijzelf. Het mag iemand zijn met een ander beroep, andere doelen en ambities, maar het best haalbare voor deze persoon moet ongeveer vergelijkbaar zijn. Probeer die persoon ook te plaatsen op de lijn.

Gemiddeld gaven de deelnemers (studenten) aan dit onderzoek zichzelf een 5,5 op deze lijn en een vergelijkbare studiegenoot een 6,3. Ze zagen hun eigen nog te bereiken potentieel dus als ietsje groter. Wanneer mensen zichzelf beoordelen, laten ze hun nog te verwezenlijken mogelijkheden zwaarder wegen dan wanneer ze anderen beoordelen.

Dat bleek ook uit een studie waarin deelnemers werd gevraagd hoeveel gewicht ze zouden toekennen aan hun prestaties uit het verleden, hun huidige prestaties en hun potentieel om een goed beeld van zichzelf te schetsen. Gemiddeld vonden deelnemers dat alle drie de onderdelen voor ongeveer een derde moesten wegen. Werd dezelfde vraag gesteld over iemand anders, dan gaven ze meer gewicht aan de huidige prestaties en minder aan toekomstige. Ook uit een onderzoek waarin deelnemers testresultaten zagen over prestaties én potentieel, bleek dat ze bij zichzelf meer letten op het potentieel en bij een ander niet.

Blijkbaar beoordelen we andere mensen op wat ze al hebben laten zien, terwijl we onszelf meer bekijken in termen van waar we naartoe willen. We kennen onze eigen bedoelingen en plannen ook beter, dus het is logisch dat we die meewegen. Maar we doen dat niet op een eerlijke manier: we zijn te optimistisch. Bij het maken van plannen stellen we ons het meest gunstige scenario voor en we vergeten dat dat in het verleden vaak anders liep. Onze ambities reiken vaak verder dan de talenten die we daadwerkelijk hebben getoond. We vinden het vanzelfsprekend andere mensen af te rekenen op wat ze feitelijk hebben volbracht, maar bij onszelf hechten we meer belang aan die keer dat het bijnawas gelukt.

Een opmerkelijk gevolg hiervan is dat mensen zichzelf vaker zien als ‘underachievers’ dan anderen: waar anderen gewoon presteren op het niveau dat bij hun talenten past, hebben we bij onszelf het idee dat er eigenlijk meer in zit.

Een ander gevolg is dat we het zelfs presteren onszelf beter te vinden dan iemand die ons al herhaaldelijk heeft afgetroefd. In het onderzoek werd aan tennisspelers gevraagd: ‘Kun je iemand bedenken die jou vaker heeft verslagen dan omgekeerd, terwijl je toch denkt dat jij al met al een betere speler bent?’ Nu kan dat natuurlijk best eens gebeuren wanneer je pech hebt. Maar gemiddeld konden de spelers drie van zulke gevallen bedenken, en twee omgekeerde gevallen – waar zij wonnen terwijl de ander beter was. Dit verschil bleek groter te zijn naarmate de spelers hun eigen potentieel hoger aansloegen.

Vooral jonge mensen vertrouwen te veel op best case-scenario’s van hun potentieel en hebben daardoor geen realistische kijk op hun talenten en ambities. Wanneer je naar anderen kijkt, doe je het beter: je beoordeelt ze op wat ze doen, niet op wat ze bedoelen en beogen. Voor een heldere kijk op jezélf moet je dus advies aan anderen vragen: die kijken weer realistischer naar jou.

(Bron: Roos Vonk, Intermediair)