Tijdelijk contract niet verlengen? Denk aan de aanzegtermijn!

Verlengt u het tijdelijke contract van uw werknemer niet? Denk dan (tijdig) aan de aanzegplicht volgens de nieuwe Wet Werk en Zekerheid.

Om te voorkomen dat werknemers met een tijdelijk contract niet op hun laatste werkdag te horen krijgen dat hun contract niet wordt verlengd, bestaat er per 1 januari een aanzegtermijn voor tijdelijke contracten. Hierbij gaat het om tijdelijke contracten met een looptijd van zes maanden of langer. De regels (en de tips) op een rij.

Regels
Regel 1: U moet minimaal één maand voor het einde van het contract schriftelijk aan de werknemer aangeven of u het contract verlengt of niet.

Regel 2: Bij verlenging van het contract, moet u minimaal één maand voor het einde van het contract schriftelijk aangeven onder welke voorwaarden. Doet u dit niet, dan kan de werknemer aanspraak maken op een aanzegvergoeding van maximaal één bruto maandloon. Die aanzegvergoeding werkt naar rato. Bent u 3 weken te laat met aanzeggen, dan is de aanzegvergoeding 3 weken loon.

Regel 3: Vergeten aan te zeggen en de werknemer blijft gewoon doorwerken? Ook dan heeft de werknemer recht op de aanzegvergoeding. Die staat namelijk los van het wel of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. De werknemer kan dan binnen 2 maanden na verstrijken van dit (verlengde) contract de boete van één bruto maandsalaris vorderen. Hiermee zet de werknemer mogelijk wel de relatie met u op scherp.

Regel 4: Deze aanzegtermijn geldt niet voor uitzendkrachten, bij arbeidscontracten korter dan 6 maanden (echter in deze contracten kan ook geen proeftijd meer worden opgenomen) en indien de einddatum van het contract niet is vastgesteld (bijvoorbeeld bij de duur van een project en bij vervanging tijdens bijvoorbeeld zwangerschap).

Tips
1 Zet de aanzegging in uw agenda
Ga na wanneer tijdelijke contracten moeten worden aangezegd en zet dat in de agenda. En zet nieuwe contracten er ook meteen in. Automatiseer dit zo dat u een melding krijgt voordat de laatste maand ingaat.

2 Communiceer de voorwaarden
Denk eraan dat bij verlenging ook meteen de voorwaarden moeten worden gecommuniceerd. Wilt u daar nog naar kijken en op tijd zijn voor de aanzegtermijn, of moet er bijvoorbeeld tussen bepaalde mensen overlegd worden over het wel of niet verlengen, plan dat dan meteen in.

3 Doe de aanzegging schriftelijk
Laat de aanzegging schriftelijk plaatsvinden. Print de aanzegging en laat de werknemer deze ‘voor gezien’ ondertekenen. Of verstuur de aanzeggingsbrief per aangetekende post én per mail met leesbevestiging. Dat kan een maand voor einde van het contract of direct na ondertekening van het contract.

4 Neem de aanzegging op in contract
U kunt de aanzegging ook alvast opnemen in het tijdelijke contract. Gebruik daarvoor de volgende zin: “Overeenkomstig artikel 7:668 lid 1 BW zegt de werkgever de werknemer hierbij reeds tijdig aan dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden voortgezet”.

5 Geef duidelijkheid
Voor de werknemer kan het vreemd overkomen dat contract ondertekening en aanzegging gelijk plaatsvinden. U kunt dan uitleggen dat de wet u daartoe dwingt. Geef ook aan dat u zich wellicht nog bedenkt en dat minimaal een maand voor einde contract dan nog een verlenging wordt aangeboden.

6 Betalen aanzegvergoeding
Als u niet op eigen initiatief de aanzegvergoeding uitkeert, dan moet de werknemer hier een verzoek voor indienen. Dat de werknemer erom moet vragen, is eigenlijk het uitgangspunt. Betaalt u het vervolgens niet, dan moet de werknemer binnen 2 maanden na het einde van het dienstverband, oftewel 3 maanden na het uiterste moment van aanzegging, een verzoek indienen bij de kantonrechter. Is dat niet gebeurd, dan vervalt het recht op de vergoeding.

(Bron: People business)