RSI, stand van zaken

CANS (of KANS in het Nederlands). Dat is sinds 2005 de naam voor wat wij eerst als RSI kenden. Het staat voor Complaints of the Arms, Neck and Shoulder en is een verzamelnaam voor alle pijnklachten in de net, schouder, bovenrug, armen, polsen, handen en vingers, waarbij zenuwen, pezen of spieren niet goed functioneren. Fysiotherapeuten en medici besloten na twee jaar overleg tot deze naamsverandering omdat de R en de I van RSI niet helemaal klopten. Het was niet bewezen dat er een verband was tussen de klachten en het maken van herhalende (repetitive) bewegingen en het mocht ook niet echt letsel (injury) heten.

Volgens schattingen krijgt een op de vier werknemers in Nederland er op  een bepaald moment mee te maken. De pijn varieert van lichte pijn of tintelingen aan nek, arm of schouder tot klachten die ziekteverzuim of arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben. Dat alleen mensen achter de pc er last van krijgen is een misvatting. Onderzoekinstituut TNO zegt dat RSI-klachten het vaakst voorkomen bij mensen die acht uur of meer achter de computer werken en bij mensen die helemaal niet met een pc werken.

De top drie risicosectoren zijn de gezondheidszorg, de industrie en het onderwijs, aldus de patiëntenvereniging RSI. Onder grote druk werken is een belangrijker risicofactor dan telkens dezelfde bewegingen maken met de muis. Onderzoek van het Expertisecentrum RSI van de landelijke Arbodienst Arbo Unie uit 2010 onder 17.000 bedrijven laat zien dat mensen tegenwoordig langer ziek zijn als gevolg van RSI dan een paar jaar terug. IN het eerst kwartaal van 2009 veroorzaakte de aandoening totaal 37.794 verzuimdagen, 3 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2008 en ruim 10 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2007. Het is een jaarlijkse terugkerende kostenpost: bijna 30 miljoen euro voor de bedrijven uit het onderzoek.