Persbericht wetsontwerp implementatie mediationrichtlijn

Het wetsontwerp leidt tot te veel verschoningsgerechtigden en te weinig vertrouwelijkheid. Dat stelt de werkgroep mediationrichtlijn, ingesteld op initiatief van het Nederlands Mediation InstituutDe werkgroep bestaat uit specialisten op het gebied van mediation uit de praktijk, mediatorsverenigingen, de rechtswetenschap en de rechterlijke macht.

Verschoningsrecht

Het wetsontwerp kent mediators een verschoningsrecht toe, mits het vertrouwelijke karakter van de mediation uitdrukkelijk is overeengekomen. De werkgroep vreest dat hierdoor de deur wordt opengezet voor een oncontroleerbare stroom verschoningsgerechtigden.

De werkgroep stelt voor twee eisen te stellen om die stroom in te dammen:

  • het vertrouwelijke karakter van de mediation moet schriftelijk zijn overeengekomen;
  • wil een mediator met succes een beroep kunnen doen op het verschoningsrecht dan dient zij/hij te voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen.

Vertrouwelijkheid

De vertrouwelijkheid van mediation is een belangrijk motief om voor mediation te kiezen. Het verschoningsrecht van de mediator alleen is niet voldoende om die vertrouwelijkheid te waarborgen. Het wetsvoorstel regelt namelijk niets over de vertrouwelijkheid van documenten in mediation. Het doel van de geheimhouding in mediation is dat men vrijelijk kan praten zonder dat partijen op een later tijdstip geconfronteerd kunnen worden met deze vertrouwelijke informatie. Het toekennen van een verschoningsrecht aan de mediator laat onverlet dat partijen documenten (verslagen) van een mediation kunnen inbrengen bij de rechter. Weliswaar komen partijen geheimhouding overeen, maar daaraan is de rechter nu niet gebonden. Hij kan op grond van zijn plicht tot waarheidsvinding besluiten de informatie uit de mediation toch te gebruiken als bewijsmiddel.

De werkgroep adviseert daarom een bepaling op te nemen met de strekking dat alle documenten  die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan ten behoeve van een mediationprocedure vertrouwelijk zijn. Dat moet dan wel zijn gebeurd in een procedure waarin de vertrouwelijkheid schriftelijk is overeengekomen en waarbij de mediator voldoet aankwaliteitsnormen. De bewuste informatie mag dan niet worden aangevoerd in een gerechtelijke procedure en is niet toelaatbaar als bewijs. Met de opname van een dergelijke bepaling is de vertrouwelijkheid van mediation pas echt gewaarborgd. Nederland zal hierin het voorbeeld van de Belgische bemiddelingswet en van andere lidstaten dienen te volgen; gebeurt dat niet dan wordt Nederland een buitenbeentje in de mediationwereld.

Klik hier voor de brief die de werkgroep heeft verstuurd naar alle fracties en naar de leden van de Kamercommissie V&J.