Payrollers bij ziekte soms niet doorbetaald

Werkgevers zijn voor payrolling, werknemers zijn tegen. Werknemers vinden dat er veel onzekerheden zijn, werkgevers vinden de flexibiliteit prettig.

Werkgevers en werknemers zijn het niet eens geworden over een advies aan de regering inzake payrolling. Verenigd in de Stichting van de Arbeid hebben zij het ingewikkelde verschijnsel eens goed tegen het licht gehouden. Maar hun conclusies zijn tegengesteld: werkgevers zijn voor payrolling, werknemers tegen.

Er zijn vijf vormen van payrolling. In de simpelste vorm doet een payrollonderneming de salarisadministratie voor de werkgever. Werknemers zijn in dienst bij die werkgever. Daar hebben vakbonden weinig op tegen.

Bij variant twee en drie zijn werknemers in dienst bij het payrollbedrijf maar geworven door de organisatie waar zij feitelijk iedere dag werken. Dat kan voor korte tijd zijn (variant twee) of voor langere tijd (variant drie). In beide gevallen is het lastig om te zeggen wie nu de werkgever is en wie dus bijvoorbeeld de werknemer kan ontslaan of loon moet doorbetalen bij ziekte.

Soms verhuist een organisatie een volledige afdeling naar een payrollbedrijf. De payroller neemt de arbeidsovereenkomst over (variant vier). Dat leidt tot meer rechtsonzekerheid voor de werknemer, die eerst een vast contract had en nu een payrollcontract. Bovendien is het onduidelijk of hij voortaan nog doorbetaald krijgt bij ziekte.

In de laatste variant sluit een zzp’er een overeenkomst met een bedrijf, maar wordt niet als zelfstandige uitbetaald, maar via een payrollbedrijf waarmee hij een arbeidscontract aangaat. Ook bij deze constructie is het onduidelijk wie de werkgever is en wie dus op moet draaien voor ziekte of ww.

Achterhaald idee van ontslagbescherming
Behalve de eerste variant wijzen vakbonden alle andere vormen van payrolling af. Werkgevers wijzen juist op de voordelen. ‘Werknemers zouden blij moeten zijn met payrolling. Door de flexibiliteit worden er überhaupt nog mensen aangenomen momenteel’, aldus een woordvoerder van VNO-NCW. Het idee dat werknemers tegen ontslag beschermd moeten worden, vindt hij ‘achterhaald’. Het is niet alleen een kwestie van economisch slechte tijden waarin ondernemers geen zin hebben om extra risico’s te lopen. Meer flexibiliteit past ook bij de snelheid waarmee markten veranderen en waarmee ondernemers zich moeten aanpassen.

‘Als werkgevers arbeid te duur vinden, moeten ze de discussie eerlijk voeren en gewoon zeggen dat ze vinden dat werknemers bij ziekte niet meer doorbetaald zouden moeten worden, en dat werknemers geen ww moeten krijgen’, vindt vakbond FNV. Dat meer flexibiliteit meer banen oplevert gelooft de FNV ook niet. ‘Dit is niet een discussie over meer of minder flexibiliteit, maar over wie de prijs ervoor betaalt. Het deugt niet als alle voordelen bij werkgevers terecht komen en alle nadelen bij werknemers.’

(Bron: Intermediair)