Ontslag wegens het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte.

Tijdens ziekte nevenwerkzaamheden verrichten kan voor een werknemer kwalijke gevolgen hebben en soms zelfs leiden tot ontslag op staande voet. De rechtbank in Haarlem oordeelde in een dergelijke kwestie dat de werknemer ernstig verwijtbaar gehandeld had.

Verbod op nevenwerkzaamheden
Een werkgever die zijn bedrijfsinformatie, kennis en belangen wil beschermen kan met zijn werknemers onder meer een concurrentiebeding overeenkomen. Overtreding van een concurrentiebeding leidt tot wanprestatie en meestal tot de plicht om een (forse) boete te betalen aan de werkgever. Een concurrentiebeding geldt echter alleen voor de periode na het einde van de arbeidsovereenkomst. Om te voorkomen dat de werknemer tijdens het dienstverband de werkgever beconcurreert, kan er in de arbeidsovereenkomst (of CAO) een verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden worden opgenomen.

Een verbod op nevenwerkzaamheden gaat echter verder dan alleen het voorkomen van concurrentie. Het verbod op nevenwerkzaamheden houdt namelijk in dat naast de werkzaamheden bij de werkgever er door de werknemer geen andere werkzaamheden of activiteiten mogen worden verricht. Het verbod van nevenwerkzaamheden kan zelfs zo ver gaan dat het ook niet wordt toegestaan om onbetaalde werkzaamheden te verrichten.

Indien een werknemer zonder overleg van zijn werkgever nevenwerkzaamheden verricht, kan dit leiden tot een ontslag (op staande voet). De omstandigheid dat deze werkzaamheden plaatsvinden in een periode waarin de werknemer ziek is, kan de nevenactiviteit van de werknemer des te ernstiger maken.

Nevenwerkzaamheden tijdens ziekte
In de uitspraak van de rechtbank Haarlem ging het om een werknemer die in dienst was van een schoonmaakbedrijf als rayonmanager. De werknemer was als rayonmanager verantwoordelijk voor het onderhouden van de klantencontacten en het toezicht op de uitvoering van schoonmaakwerkzaamheden door medewerkers van het schoonmaakbedrijf bij klanten.

Op enig moment viel de werknemer uit wegens ziekte. De bedrijfsarts gaf aan dat de werknemer daadwerkelijk arbeidsongeschikt was. Dit werd nog eens bevestigd door de werknemer, die mededeelde dat hij geen fysieke werkzaamheden kon verrichten. In het kader van de re-integratie werden administratieve werkzaamheden aangeboden door de werkgever.

De werkgever kwam er echter achter dat de werknemer mogelijk concurrerende werkzaamheden verrichtte tijdens zijn ziekte en liet een bureau onderzoek doen. Uit het rapport kwam naar voren dat de werknemer tijdens ziekte elders schoonmaakwerkzaamheden had verricht. Hij werd daarbij ondersteund door andere personen.

Verder kwam de werkgever erachter dat in het handelsregister van de Kamer van Koophandel een onderneming stond geregistreerd op het adres van de werknemer die als activiteit schoonmaakwerkzaamheden had. Uit dit register bleek dat de echtgenote van de werknemer als directeur stond ingeschreven. Maar in de praktijk bleek de werknemer de werkzaamheden te verrichten.

Vervolgens heeft de werkgever de werknemer geconfronteerd met de resultaten uit het onderzoek. De werknemer kon geen enkele uitleg of verklaring geven voor de gedragingen en stelde tijdens de procedure dat hij werd overvallen met de informatie.

De kantonrechter Haarlem overwoog dat aan de hand van het rapport van het onderzoeksbureau is komen vast te staan dat de werknemer verboden nevenwerkzaamheden had verricht, terwijl hij voor zijn eigen, vergelijkbare werkzaamheden bij de werkgever arbeidsongeschikt was. Verder vond de kantonrechter het kwalijk dat de werknemer relevante informatie had verzwegen door tegen zijn werkgever te zeggen dat hij geen fysieke werkzaamheden kon verrichten, maar intussen elders schoonmaakwerkzaamheden verrichtte.

De kantonrechter wees het verzoek tot loondoorbetaling dan ook af en ontbond de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk zonder toekenning van een vergoeding.

Nevenwerkzaamheden tijdens ziekte niet altijd ongeoorloofd
Het is overigens niet zo dat het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte altijd ongeoorloofd is, zoals mogelijk blijkt uit voorgaande uitspraak. Zo oordeelde de kantonrechter Middelburg enkele jaren geleden dat het ontslag op staande voet nietig was toen de werknemer tijdens ziekte geheel andere werkzaamheden verrichtte dan hij voor zijn werkgever deed.

De werknemer werkte als docent en verrichtte tijdens ziekte betaalde snoeiwerkzaamheden. De huisarts en de psycholoog van de werknemer vonden dit namelijk een goede afleiding. Door de werkzaamheden was de re-integratie van de werknemer niet belemmerd. Weliswaar had de werknemer open kaart moeten spelen over de nevenwerkzaamheden, maar het feit dat hij niet open was geweest was nog geen reden voor een ontslag op staande voet.

Alle omstandigheden van het geval
Zoals bij elk ontslag op staande voet, hangt het heel erg af van de feiten en omstandigheden of het ontslag na een rechterlijke toetst in stand blijft. Als het specifiek gaat over een ontslag op staande voet wegens het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte, dan spelen onder meer de volgende factoren een rol:

  • Is er een bepaling in de arbeidsovereenkomst die nevenwerkzaamheden verbiedt?
  • Gaat het om nevenwerkzaamheden die gelijk of gelijksoortig zijn aan de werkzaamheden die de werknemer bij zijn werkgever verricht?
  • Heeft de werknemer open kaart gespeeld over de nevenwerkzaamheden?
  • Zijn er bijzonder persoonlijke omstandigheden aan de kant van de werknemer?

In zijn algemeenheid geldt dat het verrichten van nevenwerkzaamheden zeker voor werknemers met een nevenwerkzaamhedenbeding in de arbeidsovereenkomst een riskante aangelegenheid is.

(Bron: Ramona Ismail)