Online naamgenoten

Naamgenoten met wie je online makkelijk wordt verward, dat kan behoorlijk onhandig zijn tijdens sollicitaties. En als nieuwe opdrachtgevers je proberen te vinden. Hoe ga je om met digitale dubbelgangers?

Na wat heen en weer e-mailen waren ze eruit: de potentiële opdrachtgever wilde wel zaken doen met Peter van der Reijden (24), zelfstandig it-ondernemer, die woont in Utrecht en bedrijfskunde studeerde in Rotterdam. Die opdrachtgever mailde zijn collega’s, introduceerde Van der Reijden bij hen en stopte er een linkje bij naar het LinkedIn-profiel van Van der Reijden. Maar dat bleek een link te zijn naar een andere Peter van der Reijden (30). Die ook zelfstandig ondernemer is in de it, ook woonachtig is in Utrecht en die ook bedrijfskunde studeerde – maar dan in Groningen.

Hidde Boersma, een 31-jarige dichter en Fries die in Utrecht woont, werd in het programmaboekje van een bal opgevoerd als moleculair bioloog en dichter. Die moleculair bioloog, dat is een andere Hidde Boersma, een 31-jarige wetenschapsjournalist en Fries die in Amsterdam woont. En die hoogstens dicht met Sinterklaas.

De ‘verkeerde’ informatie over Peter van der Reijden en Hidde Boersma dook direct op in Google. Resultaten in de eerste vijf hits: LinkedIn-profielen, eigen websites en in het geval van Boersma, geschreven artikelen. Degenen die zochten, hadden niet in de gaten dat ze de verkeerde voor zich hadden.

Ook unieke namen zijn niet uniek

Nu zo’n beetje iedereen iedereen googelt – of opzoekt in social media als LinkedIn en Facebook – doen potentiële werkgevers dat natuurlijk ook. En liggen misverstanden dus op de loer. Bij een naam als Jan de Vries voelt een recruiter wel aan dat hij misschien nog even verder moet kijken dan de eerste vijf hits in Google. Maar ook ogenschijnlijk unieke namen zijn zelden echt uniek.

De discussie of kandidaten wel gegoogeld mogen worden, is al lang achterhaald. De Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement en Organisatieontwikkeling (NVP) heeft ooit heel even overwogen om het in haar sollicitatiecode te verbieden, zegt Debby Wentink, voorzitter van de code-commissie van de NVP en arbeidsrechtadvocaat. (Niet te verwarren met die andere Debby Wentink op LinkedIn.) ‘Het heeft niet zoveel zin personeelsmanagers te verbieden tijdens sollicitaties online naar openbare gegevens te zoeken, want het gebeurt tóch wel. Daarom kun je beter kaders scheppen om te zorgen dat het zuiver gebeurt.’

Zuiver betekent nu volgens de NVP-code: ‘De sollicitant en de arbeidsorganisatie zijn zich ervan bewust dat beschikbare informatie van open bronnen, zoals internet en informatie via derden verkregen niet altijd betrouwbaar is’ en ‘bij derden en andere bronnen, waaronder websites, verkregen informatie zal, indien relevant, a) aan de sollicitant worden meegedeeld, met uitdrukkelijke vermelding van de bron en b) met de sollicitant worden besproken.’

Wentink: ‘Stel dat je solliciteert naar een functie van directeur van een christelijke school. Je wordt gegoogeld en een naamgenoot blijkt er allerlei atheïstische nevenactiviteiten op na te houden, wat voor zo’n functie op zich relevant kan zijn. Dan is het handig dat die informatie wordt besproken.’

Profileer jezelf beter dan je naamgenoten

Sollicitanten dienen eigenlijk te weten wat er opduikt als hun naam wordt gegoogeld – of het nu om hun persoon gaat of niet. ‘Als kandidaat kun je best vragen: “Checken jullie het internet, want bij mijn naam komt er iemand anders naar boven”‘, zegt Ad Veldhuizen, directeur van WV Werving en Selectie (niet te verwarren met ten minste twee andere Ad Veldhuizens die online te vinden zijn).

Hij kent wel bedrijven die iedereen digitaal checken, hijzelf doet dat doorgaans pas voor een gesprek. ‘Dan kijk ik op zijn LinkedIn, wat hij twittert, zodat ik dat tijdens interviews kan bespreken.’ Veldhuizen vindt dat recruiters daarbij voorzichtig moeten zijn. ‘Het is belangrijk geen conclusies te verbinden aan die informatie. Pleeg hoor en wederhoor, bespreek het. Voor je het weet, heb je een vooroordeel.’

De NVP krijgt geregeld vragen van mensen die vermoeden dat ze ergens niet zijn aangenomen vanwege informatie die over hen rondzwerft op het internet. Een klacht daarover indienen bij de NVP kan, maar is tot op heden niet gebeurd – vooral omdat lastig is te bewijzen of bepaalde informatie doorslaggevend is geweest. De NVP adviseert zaken waarvan je kunt vermoeden dat ze bij werkgevers niet goed  vallen, niet openbaar te maken. En als naamgenoten dat wel doen, er zeker zelf over te beginnen tijdens een sollicitatiegesprek.

Mogelijke problemen kun je voor zijn door jezelf zo optimaal mogelijk te profileren op internet. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat je eerder in zoekmachines opduikt dan naamgenoten. Jezelf online verstoppen, kan in elk geval niet meer, vindt Tom Scholte, een van de auteurs van het boek Hoe je goed gevonden wordt dat binnenkort verschijnt. ‘Niet alleen omdat opdrachtgevers of werkgevers je dan niet kunnen vinden, maar ook omdat je heel veel mist. Er is zo veel informatie te vinden over je vakgebied. Het maakt je werk leuker en interessanter.’

Scholte zoekt Peter van der Reijden op. ‘Hé, ze hebben bij LinkedIn geen van tweeën hun voor- en achternaam geclaimd. Dat moet je altijd doen.’ (nl.linkedin.com/voornaamachternaam, aan te passen bij de instellingen, red) ‘Op die manier eindig je hoger in zoekresultaten. Een naamgenoot kan dat niet meer doen, dan is het gebruik van een underscore of een ander teken aan te raden.’

Als er gezocht wordt op een naam, gebeurt dat doorgaans op referentie. Iemand heeft een naam getipt in een bepaalde context. Die context moet bij het zoeken in een oogopslag duidelijk zijn: iemand die ook uit Groningen komt, een oud-studiegenoot, een ex-collega. ‘En een duidelijke titel van je profiel met daarin je functie of specialisme kan zorgen dat jij de marketingmanager of trainingsacteur bent die wordt gevonden’, zegt Scholte.

Peter van der Reijden en Peter van der Reijden hebben inmiddels een keer een biertje gedronken. Ze hebben elkaars gegevens, sturen e-mails en telefoontjes door als iemand contact opneemt met de ene Peter en de andere Peter moet hebben. De Hidde Boersma’s weten van elkaars bestaan af. De wetenschapsjournalist baalde even toen de dichter in een artikel in dagblad Trouw zich als aanhanger van het dudeïsme profileerde: hij is fan van the dude, de blowende en bowlende hoofdrolspeler uit de cultfilm The Big Lebowski. ‘Opdrachtgevers zouden dat kunnen associëren met luiheid’, zegt de journalist. ‘Maar dat verhaal komt bij Google niet op de eerste twee pagina’s met hits naar boven.’ De dichter zit op geen enkel social medium, is moeilijk te vinden. ‘Ik zou wel een website willen, maar Hiddeboersma.nl is al geclaimd.’ Door geen van deze twee Hidde Boersma’s overigens.

Bron: Intermediar