Onderzoek naar de positie van de bedrijfsarts.

In opdracht van de het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voerde AStri Beleidsonderzoek en -advies, in samenwerking met de Radboud Universiteit, een onderzoek uit naar de positie van de bedrijfsarts. Doel van het onderzoek was om de actuele positie van de bedrijfsarts te objectiveren en zo nodig oplossingsrichtingen te benoemen voor gesignaleerde knelpunten in de praktijk. Het eindrapport van het onderzoek is op 1 juli 2011 door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangeboden aan de Tweede Kamer. Een beleidsreactie volgt na de zomer.

In het onderzoek stonden vier onderzoeksthema’s rond de positie van de bedrijfsarts centraal: toegankelijkheid en onafhankelijkheid van de bedrijfsarts, de uitvoering van preventieve taken door de bedrijfsarts en de samenwerking van bedrijfsartsen met andere professionals. Voor het onderzoek zijn verschillende methoden toegepast: literatuuronderzoek, interviews met stakeholders, enquêtes onder bedrijfsartsen, werkgevers en werknemers en een afsluitende workshop met stakeholders. Het onderzoek vond plaats in de periode september 2010 tot en met juni 2011.

Op grond van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van alle onderzoeksthema’s in de praktijk knelpunten bestaan die de positie van de bedrijfsarts onder druk zetten en een optimale arbodienstverlening aan zowel werknemers als werkgevers belemmeren. De meeste knelpunten hebben betrekking op een deel van de bedrijfsartsen en niet op de populatie als geheel. Een verklaring hiervoor is dat veel knelpunten gerelateerd zijn aan één of meerdere van de volgende factoren: type organisaties waar de bedrijfsarts voor werkt (midden- en kleinbedrijf versus grootbedrijf), inhoud van het contract dat is afgesloten, de werksituatie van de bedrijfsarts (werkzaam bij externe- of interne arbodienst of als zelfstandig bedrijfsarts) en/of de competenties van de bedrijfsarts (onder andere kennis en vaardigheden). Op grond van het onderzoek kan worden geconstateerd dat bedrijfsartsen die werken voor het midden- en kleinbedrijf en/of bij een externe arbodienst de meeste knelpunten ervaren ten aanzien van hun positie. Ondanks de gesignaleerde knelpunten kan overigens ook worden geconcludeerd dat zowel de geënquêteerde werkgevers als werknemers hun bedrijfsarts gemiddeld een ruim voldoende rapportcijfer geven. Een andere conclusie die uit het onderzoek kan worden getrokken is dat veel van de gesignaleerde knelpunten niet op zichzelf staan, maar een samenhang met elkaar vertonen. De verschillende knelpunten op de vier onderzoeksthema’s dienen dan ook in hun samenhang te worden beoordeeld.

Voor de gesignaleerde knelpunten kunnen de volgende oplossingen worden aangedragen (waarbij oplossingen veelal ingrijpen op meerdere knelpunten tegelijk):

1. Oplossingen waartoe arbodiensten/bedrijfsartsen zelf het initiatief kunnen nemen;
• Voorlichting richting werknemers, werkgevers en behandelaars over positie, taken en bevoegdheden van de bedrijfsarts.
• (Bij)scholing van bedrijfsartsen op het terrein van communicatievaardigheden, onafhankelijk werken, preventie en verwijsfunctie. Opleiden van ‘arboartsen’ tot bedrijfsarts.
• Afstemmen/herzien van de taakverdeling tussen bedrijfsarts en andere deskundigen.

2. Oplossingen die primair tot het (arbo-) beleidsterrein van de overheid gerekend kunnen worden;
• Adequate handhaving op naleving van de arbeidsomstandighedenwetgeving, zowel door werkgevers als arbodiensten/bedrijfsartsen.
• Herinvoering van het verplicht arbeidsomstandighedenspreekuur.
• Aanvullend onderzoek naar financieringssystematiek rond verwijzingen.

3. Oplossingen waarvoor sociale partners in sectoren het initiatief kunnen nemen.
• Sectorale afspraken ten aanzien van een basispakket van arbodienstverlening.
• Voorlichting door sociale partners.

Binnen dit onderzoek stond de bedrijfsarts centraal. Deze positie kan echter niet los worden gezien van de werking van het breder stelsel van arbodienstverlening. In dat kader verdient het dan ook aanbeveling om de resultaten van het in het rapport beschreven onderzoek, alsmede de gepresenteerde oplossingsrichtingen, in samenhang met recente en lopende onderzoeken rond evaluatie van de arbeidsomstandighedenwet en aanpalende thema’s te zien. Op basis van een dergelijke samenhangende analyse kunnen vervolgens concrete en samenhangende beleidsprioriteiten worden geformuleerd, die uiteindelijk bijdragen aan een betere werking van het huidige stelsel en hiermee de gezondheid en veiligheid van werknemers en de begeleiding van verzuimende werknemers. Hierbij ligt een gedeelde verantwoordelijkheid voor arbodienstverleners, overheid en sociale partners.

In september 2011 is door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een beleidsreactie gegeven op het onderzoeksrapport.

Lees hier het eindrapport naar de positie van de bedrijfsarts.