Nieuwe ziektewet: betalen per zieke flexwerker vanaf 2014

Per 1 januari 2014 treedt het onderdeel premiedifferentiatie van de wet Beperking Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid Vangnetters (BeZaVa) in werking.

Dit betekent dat werkgevers ook een gedifferentieerde premie gaan betalen voor zieke of arbeidsongeschikte werknemers met een tijdelijk contract. Nu doen ze dat alleen voor werknemers met een vast contract. Deze premiedifferentiatie leidt tot een aantal verschuivingen in de financiering van uitkeringen uit fondsen in 2014. Alle gedifferentieerde premies worden betaald uit de Werkhervattingskas (Whk).

De gedifferentieerde premie Whk bestaat in 2014 uit drie premiecomponenten: een gedifferentieerde premie WGA-vast, een gedifferentieerde premie WGA-flex en een gedifferentieerde premie ZW-flex. Voor kleine werkgevers (met een loonsom gelijk aan of minder dan 10 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer) gelden sectorale premies voor elk van de drie Whk-premiecomponenten. De premies per component zijn gelijk voor alle kleine werkgevers behorende tot dezelfde sector. Grote werkgevers (met een loonsom die meer is dan 100 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer) betalen drie op werkgeversniveau gedifferentieerde premies. Middelgrote werkgevers (met een loonsom van meer dan 10 en gelijk aan of minder dan 100 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer) betalen drie premies die deels opgebouwd zijn uit een sectorale premie en deels uit een op werkgeversniveau gedifferentieerde premie.

Voor de financiering van de WGA-vast en ZW-flexuitkeringen wordt een duaal stelsel gehanteerd: werkgevers hebben de keuzevrijheid tussen publieke verzekering en eigenrisico-bijdragen. UWV treedt daarbij op als publieke verzekeraar.

Eigenrisicodragers betalen een premie van 0% voor de premiecomponten waarvoor zij eigenrisicodrager zijn geworden. Zij kunnen zich tegen hun WGA-vast risico en/of ZW-flex risico verzekeren bij private verzekeraars, maar mogen deze risico’s ook zelf dragen. Werkgevers kunnen tweemaal per jaar eigenrisicodrager worden: op 1 januari en 1 juli.

Met betrekking tot de gepresenteerde premies en parameters voor 2014 verwacht het UWV dat het merendeel van de publiek verzekerde werkgevers in 2014 een lagere premie voor de WGA en ZW zal betalen dan in 2013.
Het gemiddelde percentage WGA-vast daalt van 0,52% in 2013 naar 0,49% in 2014. Het rekenpercentage daalt eveneens, van 0,54% naar 0,51%.

Het gemiddelde werkgeversrisico-percentage WGA-vast stijgt van 0,23% in 2013 naar 0,27% in 2014.
De correctiefactor daalt daardoor fors van 1,78 naar 1,44 en zal in de jaren daarna verder dalen richting een waarde van 1. Dat betekent dat naast een gemiddeld lager premieniveau de gedifferentieerde premie WGA steeds beter aansluit bij de werkelijk veroorzaakte schade in het verleden.
Het gemiddelde percentage WGA-flex in 2014 bedraagt 0,17%, het rekenpercentage 0,18%.
Het gemiddelde percentage ZW-flex in 2014 bedraagt 0,31%, het rekenpercentage 0,34%.
Bij WGA-flex en ZW-flex is er in 2014 een correctiefactor van 2. Ook deze correctiefactoren zullen de komende jaren dalen, eveneens richting een waarde van 1.

tabel 1

In de tabel staat het overzicht van de belangrijkste premies en parameters WGA voor het premiejaar 2014, zoals deze door de Raad van Bestuur van UWV zijn vastgesteld.

De maximumpremie voor grote werkgevers in de uitzendsector wijkt af van de bovenstaande percentages en bedraagt 7,77% voor de ZW-flex en 3,28% voor de WGA-flex.