Niet meewerken aan mediation: belemmering genezing, of niet?

Als verschillende pogingen tot mediation mislukken, besluit een werkgever het salaris van een werknemer stop te zetten. De werknemer vordert hierop de (na)betaling van zijn salaris. De werknemer is bij de werkgever in dienst als algemeen directeur. In maart 2009 hebben partijen de intentie naar elkaar uitgesproken dat de werknemer aandelen in de werkmaatschappijen van de werkgever verwerft. Onderhandelingen hierover hebben niet tot overeenstemming geleid. Hierdoor is de arbeidsrelatie onder druk komen te staan.

Mediation mislukt
Vanaf april 2011 is werknemer volledig arbeidsongeschikt wegens ziekte en vanaf 17 mei 2011 ontvangt hij een WAO uitkering. In augustus 2011 is getracht mediation op starten, maar partijen werden het niet eens over de voorwaarden. Vervolgens heeft de werkgever in oktober 2011 een ontbindingsverzoek ingediend, maar dat is afgewezen. Hierop is in november/december 2011 een tweede poging tot mediation ondernomen, maar dat is opnieuw niet gelukt. Hierop heeft de werkgever de salarisbetaling stop gezet.

Recht op loon ex artikel 7:629 BW
De kantonrechter overweegt dat vaststaat dat de werknemer op grond van artikel 7:629 BW in beginsel recht heeft op betaling van zijn loon wegens arbeidsongeschiktheid. De werkgever heeft een beroep gedaan op de uitzondering van lid 3 aanhef en onder b van artikel 7:629 BW. Dit artikellid bepaalt, dat een werknemer geen recht heeft op loondoorbetaling ‘voor de tijd, gedurende welke door zijn toedoen zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd.’

Voorwaarden voor mediation
De kantonrechter is van oordeel dat van vertraging of belemmering van het herstelproces sprake kan zijn als de werknemer mediation weigert, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan, namelijk:
a. mediation is, gegeven de aard van het conflict, een aangewezen route;
b. aannemelijk is dat (het resultaat van) mediation het herstel van de werknemer zal bevorderen;
c. van de werknemer deelname aan mediation in redelijkheid kan worden gevergd.

De kantonrechter overweegt dat de aard van het conflict zich leent voor mediation. Aan voorwaarde a. is dus voldaan. Vervolgens overweegt de kantonrechter dat hij in het midden laat of het standpunt van de werknemer juist is dat zijn (persoonlijke) deelname aan mediation van hem in redelijkheid, vanwege gestelde medische beletselen, niet kan worden gevergd (voorwaarde c). Partijen hebben een sterk verschil van inzicht over het functioneren van de werknemer, en de oorzaken die ertoe hebben geleid dat het aanvankelijke plan tot overname van de ondernemingen van de werkgever niet is gerealiseerd. De onderlinge verhoudingen zijn danig verstoord. Of mediation de genezing bevordert is daarom zeer de vraag. Dit betekent dat aan voorwaarde b. niet is voldaan.

De slotsom is aldus volgens de kantonrechter dat het beroep van werkgever op de weigeringgrond moet worden verworpen, waardoor de werknemer recht heeft op loonbetaling.

Rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Zwolle 16 februari 2012, LJN: BV6626

(Bron: HR Praktijk)