Loonbetaling geheel of gedeeltelijk stopzetten bij niet-meewerkende zieke werknemer?

In de rechtspraak bestaat onduidelijkheid over het antwoord op de vraag of het loon van een zieke werknemer geheel kan worden stopgezet wanneer deze werknemer weigert passende arbeid te verrichten, terwijl hij daartoe wel in staat wordt geacht. In dit artikel komt een uitspraak aan bod die, wat mij betreft, duidelijkheid brengt.

Feiten
De werknemer in deze zaak is met ingang van 8 maart 2006 in dienst getreden bij werkgever. Werknemer bekleedt de functie van horecamedewerker voor 40 uur per week. Op 12 april 2012 heeft werknemer zich ziek gemeld wegens pijn aan zijn voeten en schouders.
Op 5 juni 2012 heeft de bedrijfsarts aan werkgever geadviseerd om werknemer vier uur per dag aangepast werk te laten verrichten. Dit advies is uitgewerkt in een plan van aanpak dat werknemer mede heeft ondertekend. werknemer heeft zich echter niet aan het plan van aanpak gehouden, waardoor de re-integratie niet van de grond is gekomen.
Op 3 september 2012 heeft de bedrijfsarts wederom een advies gegeven. Daarin staat onder meer dat werknemer gedurende twee uur per dag aangepast werk kan doen. Na het advies van de bedrijfsarts heeft werknemer twee dagen zijn werkzaamheden hervat en zich na die twee dagen weer ziek gemeld.

Bij brief van 27 december 2012 heeft werkgever aan werknemer medegedeeld dat zijn salaris is stopgezet met ingang van die dag omdat werknemer niet meewerkt aan zijn re-integratie.
Bij brief van 25 januari 2013 heeft werkgever aan werknemer voorgesteld met ingang van 29 januari 2013 twee uur per dag te komen werken en dit per week uit te breiden met een uur.

Werknemer is op 29 januari 2013 op zijn werkplek verschenen. Hij is vervolgens huiswaarts gekeerd en heeft zich wederom ziek gemeld.
Over de periode vanaf 27 december 2012 tot heden heeft werknemer geen loon ontvangen.

Vordering werknemer
Werknemer vordert primair doorbetaling van zijn volledige loon en subsidiair doorbetaling van zijn loon over de uren die hij niet kon werken wegens ziekte. Met betrekking tot de subsidiaire vordering stelt werknemer – onder verwijzing naar rechtspraak, waaronder LJN BX8766 en JAR 2005/111 – dat hij in ieder geval aanspraak maakt op loon over de uren die hij niet kon werken wegens ziekte, omdat in artikel 7:629 lid 1 BW is bepaald dat een werknemer aanspraak behoudt op loon gedurende de tijd dat hij verhinderd is de arbeid te verrichten als gevolg van ziekte. Werknemer is dan ook van mening dat de sanctie van een loonstop alleen opgelegd kan worden voor de uren die hij niet werkt maar daartoe wel in staat wordt geacht, in dit geval maximaal 2 uur per dag.

Oordeel kantonrechter
Kern van het geschil is de vraag of het loon van een werknemer geheel kan worden stopgezet als de werknemer het werk niet hervat terwijl hij het werk gedeeltelijk zou kunnen hervatten.
De kantonrechter beantwoordde deze vraag als volgt. Artikel 7:629 lid 1 BW schrijft – kort gezegd – voor dat een werknemer in geval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte gedurende 104 weken recht houdt op loon. In artikel 7:629 lid 3 sub c BW is bepaald dat een werknemer het recht op loon niet heeft gedurende de tijd dat hij, hoewel hij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond weigert passende arbeid te verrichten.
Artikel 7:629 lid 3 sub c BW biedt de werkgever de mogelijkheid van de werknemer te verlangen dat hij passende arbeid verricht. Door de werknemer passende arbeid te bieden, kan hij bevorderen dat deze zo snel mogelijk in het arbeidsproces terugkeert. Weigert de werknemer passende arbeid te verrichten, dan verliest hij zijn recht op loondoorbetaling. Deze sanctie is voldoende afschrikwekkend om te waarborgen dat de werknemer zijn eigen re-integratie serieus oppakt, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter overwoog verder dat wanneer de loonstop slechts betrekking zou hebben op het aantal uren waartoe een werknemer in staat werd geacht passend werk te verrichten maar dit heeft geweigerd, de sanctie voor een belangrijk deel zijn effect zou verliezen. De sanctie van loonstopzetting heeft immers als doel de werknemer te prikkelen om te gaan werken opdat hij zo snel mogelijk volledig hersteld zal zijn. Wanneer er niet op therapeutische basis zou worden gewerkt, duurt de arbeidsongeschiktheid langer voort en wordt er niets aan gedeeltelijke werkhervatting gedaan, terwijl de werknemer daartoe wel in staat is.
De kantonrechter was derhalve van oordeel dat werkgever gerechtigd was de loonbetaling volledig te stoppen voor de periode vanaf 27 december 2012 waarin werknemer weigerde passende arbeid te verrichten.
Naar aanleiding van dit oordeel van de kantonrechter is werknemer in hoger beroep gegaan.

Oordeel gerechtshof
In hoger beroep onderschrijft het gerechtshof hetgeen de kantonrechter heeft overwogen en neemt dat in zijn arrest over. Het gerechtshof heeft daar nog aan toegevoegd dat de sanctie van een loonstop een prikkel tot nakoming is. Van zo’n prikkel is sprake indien de werknemer zijn recht op loondoorbetaling ten volle verliest, maar nauwelijks indien dat alleen het geval zou zijn van de uren die de werknemer zou moeten hervatten. Kortom, de betaling van het loon kan volledig worden stop gezet wanneer een werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan zijn re-integratie.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 juli 2013, ECLI 2013:5362.

(Bron: Rechtennieuws)