Is je concurrentiebeding ongeldig na verlenging van je arbeidsovereenkomst?

Een concurrentiebeding kan zijn werking hebben verloren als het oorspronkelijke contract is verlengd of omgezet. Wat zijn hiervoor de regels?

Staat er een concurrentiebeding in je arbeidsovereenkomst, dan ziet dit normaal gesproken op de periode nadat je dienstverband is beëindigd. Doorgaans is het je dan verboden om voor een bepaalde tijd concurrerende werkzaamheden uit te voeren. Een geldig concurrentiebeding dient wel aan een aantal voorwaarden te voldoen. Zo dient het beding altijd schriftelijk te zijn vastgelegd.

Verlenging of omzetting

Een veelvoorkomende vraag daarbij is of een concurrentiebeding nog geldt als in de loop van het dienstverband een contract voor bepaalde tijd is verlengd of is omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd. Soms blijkt bijvoorbeeld dat het concurrentiebeding niet is overgenomen in het nieuwe contract.

Hoofdregel
De hoofdregel hierbij is dat bij verlenging of omzetting van een arbeidsovereenkomst de arbeidsvoorwaarden, zoals aard van de werkzaamheden, beloning en geldigheid van het concurrentiebeding, daarbij zijn gelijk gebleven. Zo hoeft een concurrentiebeding niet opnieuw te worden overeengekomen, terwijl evenmin een nieuwe schriftelijke vastlegging dient plaats te vinden.

Dit is alleen anders, indien de verlenging of voortzetting van de arbeidsovereenkomst gepaard gaat met een zo ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding, dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Zo kan het concurrentiebeding zijn werking hebben verloren als er een functiewijziging heeft plaatsgevonden, waardoor het beding zwaarder op de werknemer is gaan drukken.

Schorsing concurrentiebeding
Wil je als werknemer niet meer aan het beding gebonden zijn, dan kun je je werkgever verzoeken om je daarvan te ontheffen. Weigert je werkgever, dan kun je hetzelfde verzoek aan de rechtbank richten. De rechter zal aan de hand van een belangenafweging zijn oordeel geven. Hij zal daarvoor beoordelen of in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door instandhouding van het concurrentiebeding oneerlijk wordt benadeeld.

Verschillende factoren zijn bij deze afweging van belang. Zo kan de rechter het beding handhaven als de werkgever kan aantonen dat de werknemer beschikt over bedrijfsgevoelige informatie, kennis of  ervaring. Blijft het beding gehandhaafd, dan kan de rechter van de werkgever verlangen dat hij een vergoeding betaalt aan de werknemer voor de tijd dat die aan het beding gebonden is.

Voor de vraag of een werkgever een dergelijke vergoeding moet betalen, dient de rechter te beoordelen of het beding de werknemer al dan niet in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van de vorige werkgever werkzaam te zijn.

(Bron: JuroFoon)