Hoe werkt het fasensysteem in de uitzendbranche?

Met het fasensysteem wordt, in de uitzendbranche, het rechtspositiesysteem uit de CAO voor uitzendkrachten bedoeld. Zowel de CAO van de NBBU als de CAO van de ABU kennen een (ander) fasensysteem. Het meest gebruikte systeem is dat van de ABU, omdat hun CAO algemeen verbindend is verklaard.

Het fasensysteem uit de CAO voor uitzendkrachten van de ABU kent 3 fasen: A, B en C. Het systeem uit de NBBU CAO kent 4 fasen, 1 t/m 4. Fase 1 en 2 uit de NBBU CAO lijken erg op fase A uit de ABU CAO en fase 3 (NBBU) en fase B (ABU) lijken ook op elkaar.

Fase A (ABU) of fase 1 en 2 (NBBU)
Een uitzendkracht is werkzaam in fase A zolang hij nog geen 78 weken gewerkt heeft, waarbij alleen de gewerkte weken meetellen. In fase A is meestal (maar niet altijd) het uitzendbeding opgenomen in het contract. In deze fase is ook sprake van ‘uitsluiting van loondoorbetalingsplicht’, wat feitelijk betekent: geen werk, geen loon.

Bij de NBBU geldt hetzelfde, alleen fase 1 duurt 26 weken en fase 2 duurt 104 weken. Samen duren fasen 1 en 2 dus 130 weken, 52 meer dan fase A.

Fase B (ABU) of fase 3 (NBBU)
Een uitzendkracht die A (of 2) heeft doorlopen, stroomt in fase B (of 3) in. In fase B (ABU) worden maximaal 8 tijdelijke contracten gesloten, gedurende maximaal 2 jaar. In fase 3 (NBBU) worden maximaal 4 tijdelijke contracten gesloten, gedurende maximaal 1 jaar. Dit zijn contracten voor bepaalde tijd, vergelijkbaar met het reguliere arbeidsrecht.

Fase C (ABU) of fase 4 (NBBU)
Zodra in fase B meer dan 2 jaar gewerkt is, of het 8e contract is afgelopen, is het volgende contract een fase C contract. Dat is simpelweg een contract voor onbepaalde tijd. Voor de NBBU geldt hetzelfde: zodra in fase 3 meer dan 1 jaar gewerkt is, of het 4e contract is afgelopen, is het volgende contract een fase 4 contract, voor onbepaalde tijd.

In beide CAO’s ontstaat dus na maximaal 3,5 jaar recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.