Haal het maximale uit je ontslagvergoeding.

De huidige ontslaggolf betekent goede zaken voor financieel adviseurs. Want hoewel niet alle bedrijven een ontslagvergoeding kunnen betalen, krijgen ontslagen werknemers meestal geld mee. Maar wat moet je doen met die vergoeding?

Er zijn ruwweg twee manieren om een ontslagvergoeding te innen: onmiddellijk of uitgesteld. In het eerste geval krijg je een bepaald bedrag op je rekening gestort waarmee je mag doen wat je wilt. Wie kiest voor uitstel, is gehouden aan een aantal regels. Dat is een nadeel, maar het voordeel is dat er uiteindelijk netto meer overblijft.

Uitkering ineens (tot 20.000 euro)
Een uitkering ineens wordt bij het inkomen in dat jaar opgeteld. Dus wie 50.000 euro verdient en een ontslagvergoeding van 20.000 euro krijgt, verdient voor de Belastingdienst in dat jaar 70.000 euro. En betaalt daarover dan ook de volle mep aan inkomstenbelasting. In dit voorbeeld gaat bijna 10.000 euro ofwel 50 procent van de vergoeding meteen op aan belastingen. Mocht je de rest gebruiken om te sparen, dan betaal je boven een bepaalde vrijstelling (20.661 euro in 2010) 1,2 procent vermogensbelasting.

‘Voor mensen die maar een geringe ontslagvergoeding krijgen, is dit toch vaak een goede keuze. Zeker wie jong is en niet in het toptarief valt’, zegt Wim Mondeel, algemeen directeur van Acadium Bastion, een financieel adviesbureau, in Rotterdam. ‘Mensen laten soms een deel van de vergoeding cash uitkeren, omdat ze dat geld meteen nodig hebben als inkomen of voor een grote aankoop, en soms zie je zelfs een troost-uitkering: ontslagen worden is al erg genoeg, nu wil ik voor een deel van de vergoeding iets leuks kopen.’ Een vuistregel is dat je bedragen onder de 20.000 euro het beste meteen kunt laten uitkeren.

Uitkering uitstellen (1): lijfrentepolis en banksparen
Methode twee, uitgesteld inkomen, is iets ingewikkelder. De werkgever stalt de vergoeding dan bij een verzekeraar die jou maandelijks een uitkering betaalt.

De meest gangbare manier om die uitkeringen vast te leggen, is via een lijfrentepolis. Voordeel is dat over die uitgestelde uitkeringen weliswaar inkomstenbelasting moet worden betaald, maar die belasting zal meestal lager zijn dan wanneer het bedrag in één keer wordt uitgekeerd. In bovenstaand voorbeeld: wie kiest voor zo’n lijfrente, betaalt over de uitkeringen geen 50 maar 42 procent belasting.

Bovendien krijg je ook rente over die lijfrentepolis – of rendement als je een beleggingslijfrente neemt – waarover je geen 1,2 procent vermogensbelasting betaalt. Die 1,2 procent lijkt weinig, maar met een spaarrente van maar een paar procent tikt het flink aan.

Nadeel van zo’n lijfrentepolis is dat je kosten betaalt aan de verzekeraar. Door de woekerpolisaffaire zijn veel potentiële klanten wantrouwig tegenover verzekeraars, maar lijfrentepolissen hebben tegenwoordig een doorzichtige kostenstructuur en keren in tegenstelling tot woekerpolissen vooraf gegarandeerde bedragen uit. Sinds 1 januari mag je van de Belastingdienst in plaats van een lijfrentepolis ook banksparen. Sinds half maart 2010 hebben ABN Amro en SNS Reaal een bankspaarregeling voor ontslagvergoedingen, naar verwachting zullen andere banken de komende maanden volgen.

Een ander nadeel van de meeste lijfrentepolissen is dat ze niet flexibel zijn. De hoogte van de uitkering en de duur ervan liggen vast. Als je denkt twee jaar werkloos te zijn en je krijgt onverwachts al na drie maanden nieuw werk, heb je die lijfrente-uitkeringen misschien helemaal niet nodig en wil je ze verlagen of tijdelijk stopzetten zodat je er belastingvrij mee kunt sparen of beleggen.

Uitkering uitstellen (2): stamrecht-bv of in dienst blijven
Een duur alternatief voor een lijfrente is een zogeheten stamrecht-bv. Die geeft wél maximale flexibiliteit. Volgens Marius Winter van de Gouden Handdrukspecialist uit Soest neemt het percentage ontslagenen dat kiest voor zo’n stamrecht-bv de laatste tijd toe.

Een vuistregel is dat een stamrecht-bv bij bedragen boven de 70.000 euro interessant kan zijn. Bij lagere bedragen zijn de kosten – notaris, Kamer van Koophandel – relatief te hoog. Ook bij hoge gouden handdrukken is een stamrecht-bv lang niet altijd het beste alternatief.

Ten slotte is er een goedkoop alternatief voor de ontslagvergoeding: op de loonlijst blijven staan. Zonder te hoeven werken uiteraard en totdat je je ontslagvergoeding in salaris hebt gekregen. Dus als je volgens de kantonrechterformule recht hebt op zes maanden salaris, blijf je nog zes maanden op de loonlijst staan. Bovendien loopt de pensioenopbouw gewoon door en je kunt solliciteren vanuit een vast dienstverband. De meeste werkgevers zijn hier echter niet happig op – wat als iemand ziek wordt? – en voor de meeste werknemers is het ook niet handig: zeker als je verwacht maar kort werkloos te zullen zijn, mis je enkele maanden een dubbel inkomen: de vertrekpremie en de ww-uitkering.

(Bron: Intermediair)