Gemeenten moeten oudere werkloze effectiever helpen.

De manier waarop gemeenten oudere bijstandsgerechtigden helpen aan het werk te komen is onvoldoende effectief. Er wordt weinig rekening gehouden met de specifieke ondersteuning die nodig en doeltreffend is voor de grootste groep oudere bijstandsgerechtigden die ver af staat van de arbeidsmarkt. Dit stelt de Inspectie SZW in haar rapport “Perspectief voor oudere werklozen?”.

De Inspectie heeft onderzocht in hoeverre de dienstverlening door gemeentelijke klantmanagers bijdraagt aan het vergroten van de kansen voor oudere werklozen (45+) in de bijstand, op de arbeidsmarkt. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om voor bepaalde groepen specifiek beleid te voeren. Uit het onderzoek blijkt dat 16 procent van de gemeenten specifiek beleid voor oudere werklozen heeft.

Oudere bijstandsgerechtigden voelen zich door de vele afwijzingen vaak afgeschreven en nutteloos. Ze zoeken vooral werk in sectoren en beroepen die ze kennen. Voor hen is het moeilijk om zicht te krijgen op de eigen competenties en vaardigheden, die ze kunnen inzetten voor ander werk dan ze gewend zijn. Daarnaast hebben ze te maken met vooroordelen van werkgevers. Zij moeten dan ook intensiever, anders en langer zoeken naar een baan dan andere doelgroepen.

De Inspectie constateert dat de dienstverlening veelal bestaat uit standaardtrajecten. Zelfredzame ouderen geven aan gebaat te zijn met de wijze van dienstverlening. De meeste oudere bijstandsgerechtigden zijn niet zo zelfredzaam en hebben een extra duwtje in de rug nodig. De Inspectie concludeert dan ook in haar rapport dat “de huidige wijze van dienstverlening aan oudere bijstandsgerechtigden onvoldoende rekening houdt met de specifieke ondersteuning die nodig en doeltreffend is voor oudere werklozen”. De Inspectie vindt dat er een betere diagnose moet worden gemaakt waardoor er een goed beeld ontstaat van de kenmerken, competenties, kansen en beperkingen van de oudere. De Inspectie heeft namelijk in meerdere gevallen moeten constateren dat de diagnose achteraf onjuist bleek.

De oudere werkloze wordt vooral in de beginperiode van de bijstandsuitkering ondersteund bij het solliciteren. Daarbij worden vacatures aangeboden waarbij rekening wordt gehouden met de richting die de oudere zelf wenst. De ondersteuning bij solliciteren neemt evenwel af als de oudere langer in de bijstand zit en de motivatie afneemt. Er wordt nog wel gevraagd naar de sollicitatieactiviteiten, maar er is geen actieve begeleiding meer bij het solliciteren noch wordt er gecontroleerd of de oudere werkloze breder zoekt, dan in de functies of sectoren die hij of zij gewend is.

De Inspectie is van mening dat de dienstverlening effectiever kan worden ingevuld, op een manier die voor een grotere groep oudere bijstandsgerechtigden kansen biedt om weer aan slag te gaan. Dit kan bijvoorbeeld door een betere diagnose, de werkloze aanspreken op het verbreden van zijn of haar zoekgedrag, directe bemiddeling naar vacatures en het maken van structurele afspraken met werkgevers. Hierdoor kan tevens de negatieve beeldvorming bij werkgevers over oudere werklozen worden doorbroken.