Geheimhoudingsverplichting bij mediation gold ook voor advocaat

Vertrouwelijkheid gedurende mediation verdient bescherming, zo volgt uit de volgende tuchtzaak. De klacht die hier centraal staat betreft de vraag of een advocaat (hierna: verweerder) tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet omdat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door in een processtuk mededelingen te doen over de inhoud van de mediationgesprekken tussen partijen.

De advocaat trad op als voor de wederpartij van klager in een echtscheidingsprocedure. Voorafgaand aan deze echtscheidingsprocedure heeft een uitgebreid mediationtraject plaatsgevonden, zonder succes.

Op grond van de mediationovereenkomst hadden de echtlieden elkaar geheimhouding toegezegd omtrent de inhoud van de mediationgesprekken. In artikel 6.4 van de mediationovereenkomst staat:
“Indien tussen partijen geen convenant tot stand gekomen is in de zin van artikel 5.1 en tussen hen een procedure gevoerd wordt over de gevolgen van de scheiding, zullen zij in deze procedure geen mededelingen doen over hetgeen in de mediation is gebeurd of besproken. Ook zullen zij in deze procedure geen verslagen en andere stukken als bedoeld in artikel 6.1 aan de rechter overleggen, tenzij zij tezamen anders schriftelijk overeenkomen. Zij zullen de vFAS-advocaat familiemediator niet als getuige oproepen. Indien zij dat toch doen, zal de vFAS-advocaat familiemediator zich op zijn verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht beroepen, waarbij het aan de rechter is om over de geheimhouding te beslissen.”.

Oordeel van de raad, laat zich raden:

‘5.3 De raad overweegt dat geheimhouding over de inhoud en het verloop van de mediation is overeengekomen tussen de beide echtelieden zelf. Op grond van de voor verweerder als advocaat geldende beroepsregels geldt de geheimhoudingsverplichting die zijn cliënte was aangegaan en waarmee verweerder bekend was, in beginsel ook voor verweerder. Zou dit anders zijn, dan zou afbreuk worden gedaan aan het karakter van de vertrouwelijkheid van de mediation. Voorts wordt verweerder als advocaat die geregeld echtscheidingsprocedures voert, verondersteld bekend te zijn met de voorwaarden van mediation.

5.4 De in de incidentele conclusie van antwoord opgenomen mededeling dat de mediation niet langer zinvol was omdat klager 1 steevast niet afkwam met gegevens niettegenstaande zijn voorafgaande toezeggingen aan de mediator, reikt verder dan het enkel vermelden dat de mediation niet geslaagd is en betreft inhoudelijke informatie. Met klager sub 1 is de raad van oordeel dat deze mededeling in strijd is met de overeengekomen geheimhouding van de mediation, zodat verweerder naar het oordeel van de raad de zorgvuldigheid, die een behoorlijk advocaat betaamt, heeft geschonden. Door op deze wijze de geheimhoudingsplicht te schenden heeft verweerder de grenzen van de aan hem toekomende vrijheid overschreden en zich derhalve niet gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. De raad acht dit klachtonderdeel gegrond.’

De raad van discipline komt bij beslissing van 18 juni 2012 op grond hiervan tot oplegging van de maatregel van een enkele waarschuwing. YA2876 Raad van Discipline Amsterdam 11-310H

(Bron: Nederlands Juridisch Dagblad)