Dit moet u weten over de Wet werk en zekerheid.

De Wet werk en zekerheid, die dit jaar en in 2016 gefaseerd in werking treedt, brengt een aantal wijzigingen met zich mee op de arbeidsmarkt. De wet is een onderdeel van het in april 2013 tussen het kabinet en de sociale partners gesloten sociaal akkoord. Het idee erachter is dat de arbeidsmarkt toe is aan herziening, vanwege veranderingen zoals de toegenomen flexibilisering. De wijzigingen worden doorgevoerd op het gebied van het flexrecht, het ontslagrecht en de werkloosheidswet (WW).

Positie van flexwerkers
De positie van tijdelijke werknemers, oftewel flexwerkers, moet versterkt worden door de nieuwe wet. Zij moeten bijvoorbeeld sneller kunnen doorstromen naar een vaste baan. Flexwerkers kunnen vanaf 1 juli na twee jaar in plaats van na drie jaar aanspraak maken op een vast contract. Verder geldt voortaan ook bij een tijdelijk contract van zes maanden of langer een aanzegtermijn; de werkgever moet uiterlijk een maand voor het aflopen van de overeenkomst laten weten of deze wordt voortgezet of niet.

In tijdelijke contracten van zes maanden of korter mag geen proeftijd meer worden opgenomen. Ook mag alleen bij bijzondere omstandigheden een concurrentiebeding worden opgenomen in tijdelijke contracten. Voor oproepkrachten met een nulurencontract geldt na drie maanden dat het aantal afgesproken uren per maand minimaal gelijk moet zijn aan het gemiddeld aantal gewerkte uren in de voorafgaande drie maanden.

Ontslagrecht
Vanaf 1 juli 2015 is er een vaste ontslagroute. Als er sprake is van ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid, moet de werkgever dit via het UWV regelen. Bij ontslag om andere redenen loopt de route via de kantonrechter. Op dit moment kunnen werkgevers nog zelf kiezen. Werknemers die nu via de kantonrechterroute worden ontslagen, krijgen vaak een vergoeding mee. Deze kan behoorlijk oplopen. Het UWV kent geen ontslagvergoedingen toe, dus werknemers die via deze route worden ontslagen, staan met lege handen.

Dit verandert vanaf 1 juli. Dan krijgen alle werknemers bij ontslag recht op een transitievergoeding, mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Ze moeten minstens twee jaar in dienst zijn geweest en de arbeidsovereenkomst moet op initiatief van de werkgever zijn beëindigd. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van de duur van het dienstverband. In principe gaat het om een derde maandsalaris per dienstjaar en een half maandsalaris per jaar dat de werknemer langer dan tien jaar in dienst is geweest. Het maximum ligt op 75.000 euro. De transitievergoeding valt in veel gevallen fors lager uit dan die in het huidige systeem volgens de kantonrechtersformule.

Werkloosheidswet
De maximale duur van de werkloosheidsuitkering wordt vanaf 1 januari 2016 geleidelijk teruggesnoeid. Nu duurt deze nog maximaal 38 maanden, vanaf 2019 is dit nog hooguit 24 maanden. Werknemers die hun baan verliezen moeten zo snel mogelijk van werk naar werk worden begeleid, waardoor ze zo kort mogelijk werkloos zijn. Hiervoor kan ook de tranistievergoeding worden ingezet. Per 1 juli van dit jaar moet een WW’er al na een half jaar werkloosheid gaan solliciteren naar alle soorten werk, ook als dit onder zijn of haar niveau ligt of als het salaris veel lager is dan eerder het geval was.

Verder wordt de opbouw van de WW aangepast en vindt er vanaf 1 juli aanstaande inkomensverrekening plaats. Dit betekent dat WW’ers van iedere verdiende bruto euro 30 procent zelf mogen houden. Dit moet het lonend maken om vanuit de WW aan de slag te gaan.