Deeltijdwerken wordt de norm

De man werkt vijf dagen, zijn vrouw of vriendin vier, soms drie. Dit anderhalfverdienmodel is de nieuwe norm geworden in Nederland, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 43 procent van alle paren in Nederland had vorig jaar de werkweek op die manier ingedeeld. Dat is een forse stijging ten opzichte van begin jaren negentig toen slechts 23 procent van de koppels in de werkzame leeftijd ‘anderhalfverdieners’ waren.

Anderhalfverdieners blijken van alle tweeverdieners in Nederland ook nog eens het meest tevreden met hun situatie. Slechts 3 procent van de mannen in een anderhalfverdienrelatie zou ook wel in deeltijd willen werken. En van de vrouwen onder de anderhalfverdieners streeft slechts 2 procent naar een volledige baan. In relaties met een andere werkverdeling is de onvrede groter. Zo wil 12 procent van de voltijd werkende vrouwen het liefst deeltijd werken; 17 procent van de deeltijd mannen wil een voltijd baan.

Is de vrouwenemancipatie definitief vastgelopen? Moeten feministes als Heleen Mees maar gewoon accepteren dat mannen het grootste deel van het brood op de plank binnenbrengen, terwijl vrouwen het leeuwendeel van de zorgtaken op zich nemen?
Hoogleraar demografie Jan Latten (Universiteit van Amsterdam en CBS) interpreteert de cijfers anders. ‘Ik zou concluderen dat steeds meer vrouwen een baan nemen en dat doen via de stap naar deeltijdwerk. De echte huisvrouw zonder baan wordt een rariteit.’ Bovendien is het volgens Latten zo dat de deeltijdwerkweek van vrouwen gemiddeld steeds langer wordt.

Eéndriekwartverdieners

‘Anderhalfverdieners’ is eigenlijk geen goed woord meer; ‘ééndriekwartverdieners’ is eigenlijk een correctere benaming. Dat de traditionele thuisblijfmoeder uitsterft, klopt inderdaad. Waren er in 1992 nog 1,4 miljoen voltijdwerkende mannen met een huisvrouw thuis, vorig jaar was dat aantal bijna gehalveerd.
Volgens Latten is de echte trend de hegemonie van deeltijdwerk, doorgaans vier dagen in de week. Zo stijgt het aantal koppels dat béíden parttime werkt gestaag. ‘En onder mannen is er een kleine groep trendsetters die ook richting driekwartbanen gaat.’ Het aantal paren dat beiden voltijds werkt, stijgt daarentegen al bijna twintig jaar niet meer.

In geen land ter wereld zijn de deeltijdbaan en het anderhalfverdienmodel zo populair als in Nederland. Volgens Latten komt dat doordat Nederlandse vrouwen relatief laat gingen werken. Toen zij in de jaren tachtig massaal de arbeidsmarkt opstroomden, stimuleerde de overheid de deeltijdbaan vanwege de hoge werkloosheid. Toen de economische noodzaak voor deeltijdwerk verdween, was de deeltijdbaan zo ingeburgerd dat vooral vrouwen niet anders meer wilden. Latten: ‘Tegenwoordig past deeltijdwerk goed bij een hyperindividuele invulling van werktijden van koppels. Je kunt daarom best zeggen dat Nederland niet achterloopt, maar juist voorloopt op de rest van Europa.’