Commissie maant Nederland en vijf andere landen tot implementeren regels voor mediation.

De Europese Commissie heeft vandaag nieuwe juridische stappen genomen tegen zes lidstaten wegens niet-mededeling van nationale maatregelen tot omzetting van de EU-richtlijn betreffende bemiddeling/mediation . Deze richtlijn is van toepassing wanneer twee partijen vrijwillig overeenkomen hun grensoverschrijdend geschil te laten beslechten door een onpartijdige bemiddelaar. De uiterste datum voor omzetting van de richtlijn in nationale wetgeving was 21 mei 2011. De Commissie zal met redenen omklede adviezen richten tot Cyprus, Tsjechië, Spanje, Frankrijk, Luxemburg en Nederland wegens het niet-inachtnemen deze termijn. Finland, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk hebben de Commissie in kennis gesteld van de relevante nationale bepalingen, waarna de inbreukprocedures tegen deze lidstaten zijn beëindigd.

Het is vaak kostbaar en tijdrovend om geschillen via de rechter te beslechten. Grensoverschrijdende zaken zijn extra complex, als gevolg van verschillende nationale wetgevingen en praktische zaken als kosten of taalkwesties. Mediation is bij grensoverschrijdende geschillen een belangrijk alternatief voor een gang naar de rechter. Het is een oplossing die de partijen kan helpen om tot een minnelijke schikking te komen. Bemiddeling kost minder tijd en geld en bespaart partijen in toch al emotionele familiezaken het bijkomende trauma van een rechtszaak.

Volgens de richtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat via mediation bereikte overeenkomsten uitvoerbaar kunnen worden verklaard. Volgens een recente door de EU gefinancierde studie gaan er in de EU per zaak gemiddeld tussen 331 en 446 extra dagen verloren doordat geen gebruik wordt gemaakt van mediation. De extra juridische kosten die daarbij worden gemaakt variëren van 12 471 euro tot 13 738 euro per zaak.

Achtergrond
Richtlijn 2008/52/EG betreffende bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken is aangenomen op 23 april. De Commissie heeft de richtlijn voorgesteld in oktober 2004.

Dankzij mediation kunnen problemen tussen ondernemingen, werkgevers en werknemers, verhuurders en huurders, of familieleden zo worden opgelost dat de relatie tussen de betrokken partijen in stand kan blijven of zelfs sterker wordt. Een dergelijk constructief resultaat kan via gerechtelijke procedures niet altijd worden bereikt. Door buitengerechtelijke beslechting van geschillen kan er worden bespaard op de middelen van justitie en kunnen juridische kosten worden teruggedrongen. Een cruciaal element bij mediation is het vertrouwen in de procedure, met name wanneer de partijen uit twee verschillende landen komen. De EU-regels zetten de lidstaten er dan ook toe aan om voor kwaliteitscontrole te zorgen, gedragscodes op te stellen en mediators een opleiding aan te bieden. Deze maatregelen moeten leiden tot een doeltreffend mediationsysteem.

Alle EU-lidstaten zouden de betrokken EU-wetgeving nu moeten hebben omgezet in hun nationale recht. In augustus 2010 heeft de Commissie alle lidstaten opgeroepen om de EU-richtlijn betreffende bemiddeling/mediation tijdig om te zetten (zie IP/10/1060 ). Vervolgens heeft zij in juli 2011 gerechtelijke procedures ingeleid door negen landen (Tsjechië, Spanje, Frankrijk, Cyprus, Luxemburg, Nederland, Finland, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk) een “schriftelijke aanmaning” toe te zenden ( IP/11/919 ).

Drie daarvan (Finland, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk) hebben de Commissie in kennis gesteld van hun nationale maatregelen, terwijl de zes overige lidstaten (Cyprus, Tsjechië, Spanje, Frankrijk, Luxemburg en Nederland) nu een met redenen omkleed advies zullen ontvangen wegens hun nalatigheid. De regelgeving is inmiddels door 20 lidstaten omgezet, terwijl Denemarken niet is gebonden door de richtlijn – een recht dat het land heeft krachtens een protocol bij de EU-verdragen.