Baldadigheid en vandalisme in de bus.

Tijdens de rit van een nachtbus vertonen twee jongens baldadig gedrag. Ze zijn dronken, hebben geblowd en drukken onderweg een paar keer op de stopknop. De chauffeur wordt het zat en stopt niet als de jongens bij hun halte zijn. Er volgt een woordenwisseling en de chauffeur zet de jongens de bus uit. Daarna gooit één van hen een raam kapot. De bus kan niet verder. De chauffeur en de andere passagiers voelen zich bedreigd.

Na verloop van tijd arriveren de politie en de veiligheidsdienst van het vervoersbedrijf. De ene jongen wordt ingerekend, de ander meldt zich de volgende dag. De ingerekende jongen geeft al snel aan dat hij een mediation wil. Hij zegt spijt te hebben van zijn gedrag en wil zijn excuses aanbieden. Het mediationbureau benadert de chauffeur.

“Ik kreeg een korte uitleg over het doel van zo’n gesprek”, vertelt hij. “Er werd onder meer verteld dat de mediation op zich niet zou betekenen dat de straf van die jongen verminderd zou worden. Dus ik wilde wel meewerken en hem de gelegenheid geven om ‘sorry’ te zeggen. Ik ben zelf ook jong geweest.”

Er wordt een datum vastgesteld, maar die wordt een paar keer uitgesteld. Uiteindelijk, er zijn inmiddels vele maanden verstreken, vindt het mediationgesprek plaats. Aanwezig zijn twee mediators, de jongen, zijn vader, de chauffeur en een belangstellende ambtenaar van het programma Veilige Publieke Taak (van het ministerie van Binnenlandse Zaken).

“Op zich was het een goed gesprek”, aldus de chauffeur. “De feiten werden volledig op tafel gelegd. Ook de impact van het incident op de andere passagiers en op mij werd benoemd.” De chauffeur maakt duidelijk dat hij er enkele nachten van wakker heeft gelegen. De jongen maakt zijn excuses. De conclusies worden vastgelegd in een eindovereenkomst. Deze wordt, ondertekend door partijen, naar de rechter gestuurd.

Vragen achteraf
Later komen bij de chauffeur nog diverse vragen en gevoelens naar boven, die hij tijdens het gesprek niet wist te uiten. Zo vroeg hij zich af waarom de tweede jongen er eigenlijk niet bij was. “Hij was degene die de ruit ingooide en zo de meeste dreiging veroorzaakte.”

Eén van de mediators, Janny Dierx, beaamt dat dit voor een slachtoffer inderdaad onbevredigend kan zijn. “In dit geval had de Officier van Justitie de andere jongen al een transactie aangeboden. Omdat hij de meeste schade had aangericht, kreeg hij een sepot onder de voorwaarde dat hij alle schade zou voldoen. Die andere jongen ging daarmee akkoord, en voor hem was de strafzaak dus al afgedaan. Terwijl het voor het slachtoffer zelf veel logischer zou zijn om beide jongens te spreken.”

Voor de mediator is het leerzaam dat de buschauffeur later nog met vragen blijkt te zitten. “Inmiddels vraag ik alle betrokkenen bij een mediation om mij vooral te bellen als er achteraf vragen of twijfels opborrelen.”

Goed gevoel
De buschauffeur vraagt zich naderhand af of de mediation echt gemeend was. “Die jongen heeft wel gezegd dat hij spijt had, maar niet rechtstreeks tegen mij. Dat steekt wel een beetje.” Als de jongen dit achteraf hoort, zegt hij: “Mijn excuses waren zeker wel gemeend. Ik vond het ook een goede bijeenkomst. Als het allemaal via de rechtbank loopt, spreek je elkaar niet en zie je elkaar ook niet echt. Ik vind het beter om het gesprek rechtstreeks met elkaar aan te gaan. Op die manier los je echt iets op. De mediation was wel een beetje eenrichtingsverkeer. De chauffeur heeft mij toch ook onbevoegd vastgepakt tijdens het incident. Daar is niets over gezegd. Een beetje jammer, maar ik zit er niet mee. Door samen aan tafel te zitten, hebben we het af kunnen sluiten. Ik heb er een goed gevoel over. En het heeft er ook aan bijgedragen dat ik zo’n incident niet nog een keer laat gebeuren.”

Ondanks zijn latere bedenkingen, denkt ook de chauffeur dat de mediation zinvol is geweest. “Ik heb geen naar gevoel meer als ik langs de bewuste halte rijd. Dat is positief, en daar heeft het gesprek aan bijgedragen.”

(Bron: Immediate)