Aantal BHV’ers is afhankelijk van de risico’s

Dat een ongeluk in een klein hoekje zit, geldt in veel gevallen ook op de werkvloer. Als een ongeluk zich voordoet, is het wel zo belangrijk dat er snel kan worden gehandeld. Er moeten dus voldoende bedrijfshulpverleners (BHV’ers) op uw werkvloer rondlopen. Maar hoeveel werknemers moeten er in uw organisatie volgens de wet zijn opgeleid tot BHV’er?

In het verleden stelde de Arbowet nog harde eisen aan het aantal BHV’ers in uw organisatie. Nu is dat al een paar jaar niet meer het geval. In artikel 2.19 lid 1 van het Arbobesluit staat het volgende:
“Het aantal bedrijfshulpverleners is zodanig dat onder alle omstandigheden de vervulling van de taken op het gebied van de bedrijfshulpverlening gewaarborgd is.”

Op basis van de risico’s in de RI&E

De wet vraagt uw organisatie dus om zo veel bedrijfshulpverleners aan te stellen, dat zij hun taken naar behoren kunnen uitvoeren. De specifieke risico’s van uw organisatie bepalen daarbij het aantal BHV’ers. U bepaalt het aantal benodigde hulpverleners aan de hand van de risico’s die in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) zijn beschreven.
Uitgangspunt is dat er voldoende BHV’ers aanwezig zijn om de veiligheid van de werknemers te waarborgen, ook bij afwezigheid door ziekte, vakantie en veranderde roosters.

BHV’er is geen preventiemedewerker

Let er op dat een preventiemedewerker niet hetzelfde is als een BHV’er. Een preventiemedewerker richt zich voornamelijk op het voorkomen van ongevallen, terwijl een BHV’er pas in actie komt als een bedrijfsongeval plaatsvindt. Het aantal preventiemedewerkers is volgens de wet – net als bij het aantal BHV’ers – afhankelijk van de risico’s in uw organisatie. Een preventiemedewerker is doorgaans een deskundige werknemer, maar hoeft niet te zijn opgeleid.